Anoectochilus leyli is een klassieke “jewel orchid”: een lage, terrestrische orchidee waarbij het blad belangrijker is dan de bloei. De bladeren zijn donker, mat tot licht fluweelachtig, met een fijn netwerk van lichtere nerven dat duidelijk opvalt als er licht op valt. In een vitrine, terrarium of beschutte hoek van de kas komt dat blad het best tot zijn recht.
Oorsprong
Anoectochilus-soorten komen uit vochtige, schaduwrijke bossen in Zuidoost-Azië. Ze groeien daar op de bosbodem tussen mos, bladresten en wortels van grotere planten. A. leyli sluit goed bij dat beeld aan: laagblijvend, kruipend over of net onder de strooisellaag, in gefilterd licht en een constant vochtige omgeving.
Kenmerken
De plant vormt een lage rozet met middelgrote, ovale tot licht hartvormige bladeren die dicht over het substraat liggen. De bladkleur is donker groen tot bruinachtig, met daarover een duidelijk zichtbaar nerfpatroon in een lichtere, soms metaalachtig ogende tint. Dat contrast tussen bladkleur en nerven geeft de plant zijn sierwaarde. Vanuit de rozet maakt leyli korte stengeltjes waarmee hij langzaam verder kruipt; zo ontstaat na verloop van tijd een compact tapijtje. In het seizoen kan de plant een dunne bloeistengel vormen met kleine, licht gekleurde bloempjes. Die zijn botanisch interessant, maar visueel duidelijk ondergeschikt aan het blad.
Verzorging
Licht
Anoectochilus leyli staat het liefst licht maar beschut, met veel indirect licht en geen felle zon. Een plek iets verder van een raam, of in een licht terrarium, werkt meestal goed. Directe middagzon veroorzaakt snel bladschade en verkleuring.
Temperatuur
Een constante, gematigd warme omgeving is ideaal: grofweg tussen 18 en 26 °C. Vermijd tocht en abrupte temperatuurschommelingen. Onder ongeveer 16 °C gaat de groei merkbaar terug en neemt de gevoeligheid toe.
Substraat
Gebruik een luchtig, vochthoudend mengsel dat niet dichtslibt. Bijvoorbeeld fijne schors met wat veenmos of enkel sphagnum. Het substraat mag licht sponsachtig aanvoelen, maar moet wel voldoende zuurstof bij de wortels laten. Een relatief ondiepe pot of bak is vaak praktischer dan een diepe.
Luchtvochtigheid
Anoectochilus doet het goed bij een hoge luchtvochtigheid, bij voorkeur 70–90%, met lichte ventilatie (verse luchttoevoer). Een afgesloten of halfafgesloten terrarium, vitrine of kasje is daarom vaak de meest stabiele oplossing. In een gewone huiskamer is de luchtvochtigheid meestal te laag voor langdurig mooie bladeren.
Voeding
Voeding graag zuinig en regelmatig. In de groeiperiode volstaat eens per 3–4 weken een sterk verdunde orchideeën- of kamerplantenmest. Meer is zelden nodig en kan eerder wortel- of bladschade geven.
Water geven
Gebruik bij voorkeur gedemineraliseerd water of regenwater. Houd het substraat vochtig maar niet nat: licht vochtig aanvoelend, zonder dat er water onderin blijft staan. In een terrarium betekent dat meestal kleine, regelmatige gietbeurten. Laat de bovenlaag bij voorkeur net niet helemaal uitdrogen.
Bloei
De bloei is subtiel en verschijnt meestal wanneer de plant stabiel staat en zich goed heeft gevestigd. Dunne stengels tillen kleine, neutraal gekleurde bloempjes boven het blad uit. De plant wordt echter vooral gehouden voor het blad; een gezonde, gelijkmatige bladgroei is dan ook de beste indicatie dat de omstandigheden kloppen.