Paphiopedilum charlesworthii alba ‘Japan’ is een geselecteerde alba-vorm van Paph. charlesworthii, aangeboden in potmaat 8 cm en afhankelijk van de gekozen variant met of zonder bloei. De aanduiding SM/JOGA verwijst naar een Silver Medal binnen het prijzensysteem van JOGA.
Oorsprong
Paphiopedilum charlesworthii heeft volgens Kew een natuurlijke verspreiding van Assam (Mizoram) en West-Yunnan tot Myanmar en Thailand en hoort bij vochtige tropische biomen.
In de literatuur wordt deze soort zowel als epifytisch als (semi-)terrestrisch beschreven, wat goed verklaart waarom hij in cultuur doorgaans het best presteert in een luchtig, maar gelijkmatig vochtig substraat.
Kenmerken
Dit is een middelgrote Paphiopedilum met glanzende, bandvormige groene bladeren die bij volwassen planten tot circa 25 cm lang kunnen worden. De bloeistengel ontstaat uit het hart van de rozet en draagt bij deze soort meestal één bloem van ongeveer 8 cm, met een goede houdbaarheid.
De “standaard” charlesworthii is bekend om een limoengroene, bruin geaderde pouch met een contrasterende, vaak wit tot roze getekende bovenste sepaal. Bij de alba-vorm is de pigmentatie duidelijk gereduceerd, waardoor de bovenste bloembladen veel witter ogen en de pouch vaker groen blijft.
Verzorging
Licht
Gefilterd licht of halfschaduw past het beste, met bescherming tegen direct zonlicht in lente en zomer. In de winter kan de standplaats juist lichter zijn, zolang de bladeren niet opwarmen achter glas.
Temperatuur
Een intermediair traject is doorgaans het meest stabiel. Voor deze soort worden door RHS waarden genoemd rond 20–25 °C in de zomer en 18–22 °C in de winter. Bescherming tegen kou is belangrijk, zeker in combinatie met vocht in het hart van de plant.
Substraat
Een bark-gebaseerde Paphiopedilum-mix met goede drainage en tegelijk voldoende vochtbuffer past goed. Een combinatie van fijne bark met wat sphagnum en andere organische structuurdragers werkt vaak voorspelbaar, zolang het substraat luchtig blijft en niet dichtslibt.
Luchtvochtigheid
Matige luchtvochtigheid is meestal voldoende, grofweg rond 40–50%, met luchtbeweging wanneer de luchtvochtigheid hoger wordt. Nevelen op het blad wordt bij Paphiopedilum afgeraden; een schaal met vochtige kiezels werkt beter om de omgeving iets te ondersteunen.
Voeding
Regelmatige, milde voeding in het groeiseizoen werkt het meest constant. Richtlijn is eens per twee à drie weken en in de winter duidelijk rustiger. Het medium periodiek doorspoelen helpt om zoutopbouw te beperken.
Water geven
Het medium hoort vochtig te blijven, maar niet drijfnat. Licht laten opdrogen tussen gietbeurten is prima, maar langdurig volledig droog staan past minder goed bij Paphiopedilum doordat er geen pseudobulben zijn om water te bufferen. Overtollig water moet altijd kunnen weglopen.
Bij voorkeur gedemineraliseerd water gebruiken, zeker wanneer het leidingwater hard is, en af en toe doorspoelen om ophoping van zouten te voorkomen.
Verpotten
Verpotten kan wanneer het substraat zichtbaar afbreekt of de pot te krap wordt. Als richtlijn wordt vaak ongeveer elke twee jaar genoemd, en bij voorkeur na de bloei of in het groeiseizoen wanneer nieuwe wortelactiviteit op gang komt.
Bloei
Voor Paph. charlesworthii wordt een bloeiperiode in zomer tot herfst genoemd, doorgaans met één bloem per stengel. De bloeiduur is bij slipperorchideeën vaak lang, en kan onder goede omstandigheden weken tot zelfs maanden aanhouden.